Wat leert de Geschilbeslechtingsdelta 2024 over de schikkingspraktijk?

Wat leert de geschilbeslechtingsdelta 2024? Trap van Glasl, conflictescalatie

De vijfde editie van de Geschilbeslechtingsdelta is uit. Dat onderzoek brengt in kaart hoe Nederlandse burgers omgaan met (potentieel) civielrechtelijke en bestuursrechtelijke problemen: hoeveel mensen krijgen ermee te maken, hoe gaan ze daarmee om, en hoe lopen die problemen af (Hoekstra e.a. 2026). Dit onderzoek wordt vijfjaarlijks gedaan. Inmiddels hebben we gegevens over een periode van ruim 25 jaar. 

Over de dataset

De dataset van de geschilbeslechtingsdelta 2024 is gebaseerd op een enquête onder 6.760 respondenten en is representatief voor de Nederlandse bevolking, voor wat betreft geslacht, leeftijd, opleiding, regio en stedelijkheid van de leefomgeving (p. 16).

Wat levert dit onderzoek voor inzichten op voor de schikkingspraktijk? Toch wel wat. Ik bespreek de bevindingen die er naar mijn idee toe doen. 

Schikken is de meest voorkomende oplossingsroute.

In vier op de tien problemen bereiken partijen overeenstemming (p.124), terwijl slechts 6% van de juridische problemen eindigt met een beslissing van een (buiten)gerechtelijke instantie (p. 125). Het aandeel overeenstemmingen is over de tijd gestegen (Hoekstra e.a. 2026, p. 125).

Meestal schikken partijen zelf: meer dan twee van de drie respondenten heeft geprobeerd hun probleem informeel op te lossen met de andere partij (70%, p. 124). 

Schikkingen worden meer gewaardeerd dan beslissingen.

Ervaren rechtvaardigheid: 78% van de respondenten vindt de bereikte overeenstemming (voor het grootste deel of volledig) rechtvaardig, tegenover 62% bij een rechterlijke of buitengerechtelijke beslissing (p. 129, figuur 9.5). 

De tevredenheid over de afloop is eveneens hoger: 76% van degenen die overeenstemming bereikten, is (heel) tevreden over hoe het probleem is afgelopen, tegenover 67% bij een beslissing (p. 135, figuur 9.11). 

Afspraken worden beter nagekomen dan beslissingen.

Gemaakte afspraken worden tamelijk goed nagekomen. Financiële afspraken worden in 85% van de gevallen volledig door de andere partij nagekomen. Bij beslissingen is dat 60% (p. 127). Niet financiële verplichtingen komen vaker voor bij schikkingen dan bij vonnissen, maar er is geen verschil in nakomingspercentage tussen overeengekomen verplichtingen of opgelegde beslissingen (p.128).

Doelbereik

Mensen streven met hun juridische interventies verschillende doelen na: Iets meer dan de helft (52%) noemt materiële doelen, zoals een geldbedrag of reparatie van een kapot product, maar 72% noemt minstens één immaterieel doel, zoals het vinden van gerechtigheid of het voorkomen dat het nog eens gebeurt (p. 135). 

Respondenten die overeenstemming bereiken, rapporteren het hoogste doelbereik. Negentig procent van deze groep heeft ten minste één doel geheel of gedeeltelijk bereikt. Bij degenen met een beslissing is dat 76%.

Vroeg ingrijpen loont

De kans op overeenstemming daalt sterk naarmate een probleem langer duurt. Bij problemen die langer dan twee jaar bestaan, is de kans op overeenstemming het laagst (p. 141). Dit is in overeenstemming met wat we weten over conflictescalatie: conflicten hebben de neiging te escaleren en op enig moment verdwijnt de bereidheid te zoeken naar win-win, of zelfs win-lose-oplossingen. 

Nog met elkaar door moeten

Opvallend is ook dat relatie- en familieproblemen en problemen in de woonomgeving (veelal burenconflicten) een hogere kans op overeenstemming hebben. Dit zou verklaard kunnen worden door de voortdurende relationele afhankelijkheid. Partijen moeten na afloop verder met elkaar.

Rechtshulp en de kans op overeenstemming

De kans op overeenstemming is groter wanneer respondenten alleen contact hebben met de andere partij, zonder tussenkomst van een rechtshulpverlener. Wanneer men een rechtshulpverlener inschakelt, daalt de kans op overeenstemming (p. 142).

De onderzoekers geven twee verklaringen. Ten eerste schakelen mensen rechtshulp in wanneer ze er onderling niet uitkomen: de selectie werkt dus omgekeerd. Ten tweede is het mogelijk dat een rechtshulpverlener de rechtspositie van de cliënt verduidelijkt, waardoor diens bereidheid tot compromis afneemt. 

Een andere verklaring is dat juristen het ervaren probleem vertalen in rechten en plichten (een gekozen positie). De vertaling in rechten en weren levert mogelijkheden op voor conflictoplossing: je kunt erover procederen en je kunt de uitspraak afdwingen. De vertaling in rechten en plichten heeft ook beperkingen. Barendrecht & Chabot beschrijven hoe het systeem, door hen toernooimodel genoemd, partijen tegenover elkaar zet: 

“Een jurist zoekt een regel die is geschonden en bepaalt een strategie om de rechter van de fout te overtuigen. Er komen klachten, claims en beschuldigingen. (…) De beschuldigde partij kan zich verdedigen en fouten ontkennen. Bovendien mag de gedaagde zich proberen te onttrekken aan de procedure. (…) De vele juridische varianten van iemand van het kastje naar de muur sturen zijn gekmakend en kunnen jaren duren.” 

Neveneffecten

Juridische problemen en procedures kunnen ziekmakend zijn. Het onderzoek toont dat ze kunnen leiden tot stress of slapeloosheid, problemen op het werk of geldproblemen. Dit soort neveneffecten komt veel voor: de meerderheid van de respondenten (70%) ervaart minstens één neveneffect. De helft van de respondenten rapporteert uitsluitend negatieve effecten. 

De meest voorkomende neveneffecten zijn van psychologische aard: de helft van de respondenten ervaart stress en een kwart rapporteert slaapproblemen (p. 138, figuur 9.15). Een verslechterde gezondheid door het probleem komt bij een vijfde van de respondenten voor. Voor 15% van de respondenten had het probleem gevolgen voor hun werk: zij konden minder goed presteren of moesten zelfs op zoek naar een andere baan. 11% geeft aan dat hun relaties met familie, vrienden of collega’s te lijden hadden onder de situatie. Bij 7% zorgde het probleem voor verlies van inkomen en/of geldproblemen. Voor een kleine groep was de impact zo groot dat zij moesten verhuizen (4%), of problemen kregen met alcohol of drugs (1%, p. 139).

Negatieve tendensen: Meer problemen en meer rechtmijders

Het aandeel respondenten dat ten minste één (potentieel) juridisch probleem rapporteert, is toegenomen ten opzichte van de vorige meting: van 57% naar 61% (p. 43). Een tweede negatieve trend is de stijging van het aandeel respondenten dat geen actie onderneemt (p. 168). 

Waarom relevant voor de schikkingspraktijk?

De vier lessen die ik uit de Geschilbeslechtingsdelta 2024 haal.

  1. Schikkingen lijken beter dan (buiten)gerechterlijke beslissingen. Hogere rechtvaardigheidsperceptie, hogere tevredenheid, hoger nakomingspercentage, hoger doelbereik. 
  2. Timing is cruciaal. De kans op een schikking daalt sterk naarmate een conflict langer duurt. Dit pleit voor vroegtijdige interventies.
  3. Het onderzoek bevestigt nogmaals dat juridische problemen en procedures ziekmakend kunnen zijn. Ze kunnen leiden tot stress, slapeloosheid, problemen op het werk en bijvoorbeeld geldproblemen. Dit soort neveneffecten komt veel voor. Snelle en adequate hulp is daarom des te belangrijker. 
  4. Het gaat zelden (alleen) om geld. Immateriële belangen tellen (doelbereik), maar ook erkenning en gehoord worden (ervaren procedurele rechtvaardigheid; p. 103, 128-129). 

Het rapport is te downloaden via de WODC Repository.

Literatuur

Barendrecht & Chabot 2020 
M. Barendrecht & M. Chabot, Het papieren paleis. De noodzaak van menselijker recht, Amsterdam: Uitgeverij Balans 2020. 

Hoekstra e.a. 2026
M.S. Hoekstra e.a. (2026). Geschilbeslechtingsdelta burgers 2024. (Potentieel) juridische problemen van burgers in de periode 2020-2024 (Cahier 2026-3). Den Haag: WODC.