Ik beschrijf hier een model voor een rechtvaardig schikkingsgesprek. Je kunt niet alle problemen van mensen met een schikking oplossen. Soms is een vonnis nodig en soms is een vonnis het begin van een mooie oplossing. Het rechtvaardige schikkingsgesprek helpt procesdeelnemers uitdiepen wat in het gegeven geval de beste uitkomst voor de procedure is en daar gezamenlijk naartoe te werken, zodat deze uitkomst, of dat nu een vonnis, een schikking of bijvoorbeeld een verwijzing naar mediation is, duurzaam, en effectief is en zoveel als mogelijk bijdraagt aan een rechtvaardige vrede tussen partijen. Partijen voelen zich gehoord, gezien en geholpen.
Dit model, gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en praktijkervaring, helpt om structuur te geven aan dat gesprek. De vijf ingrediënten (Weten waarom, Weten hoe, Controleren, Balanceren en Recht doen) ondersteunen procesdeelnemers bij het voeren van een effectief en rechtvaardig schikkingsgesprek dat recht doet aan zowel het juridische geschil als het onderliggende conflict.
Ik realiseer me dat dit model niet waardevrij is. Ik denk dat conflictoplossing langzaamaan een nieuwe functie van burgerlijk procesrecht is, maar weet ook dat conflictoplossing kan schuren met geschilbeslechting. Ik schreef daar dit artikel over: conflictoplossing versus geschilbeslechting.
– ingrediënten –
Een eerste ingrediënt voor een rechtvaardig schikkingsgesprek is goed begrijpen wat mensen (daadwerkelijk) willen en waarom het voeren van een rechtvaardig schikkingsgesprek relevant is. Je kunt belangen van partijen in een concreet geval uitdiepen op een manier waarop zij zich gehoord en rechtvaardig behandeld voelen.
Het draait om het herkennen van de diepere, menselijke dimensie van het conflict. Je onderscheidt de juridische discussie (bovenstroom) van de daarachter liggende wensen en behoeften van partijen (onderstroom). Je weet aan beide recht te doen (conflictoplossingsfunctie en geschilbeslechtingsfunctie).
Cruciaal is het inzicht dat het traditionele procesrecht, het ‘toernooimodel’, vaak een onbevredigend vonnis oplevert dat slechts een ‘surrogaat’ is voor wat mensen nodig hebben. Maar net zo belangrijk is het inzicht dat mensen niet zonder reden in een procedure zijn verwikkeld en dat het oppassen geblazen is als je denkt dat je alles in de beperkte tijd en context van een civiele zitting kunt oplossen. Kennis van een beetje conflictkunde is essentieel.
Weten hoe je concrete, bewezen technieken inzet om een door partijen gewenste schikking te bevorderen. Dit vereist maatwerk. Er bestaat geen uniforme zittingsaanpak. Er bestaat niet een interventie die altijd werkt. Tot de effectieve interventies horen bijvoorbeeld het geven van een voorlopig oordeel, het gepast en afgestemd wijzen op het BAZO (Beste Alternatief Zonder Oplossing), maar ook het praten met partijen over het onderliggend conflict en het zelf geven van oplossingsrichtingen (eigen voorstellen).
Meer lezen over de effectiviteit van schikkingsinterventies.
In mijn onderzoek zag ik regelmatig dat procesdeelnemers de gang opgingen enkel om de rechter te pleasen (Lieverse 2022). Voorkom dat soort toneelstukjes. Om te voorkomen dat partijen ‘gedwee’ de gang op gaan enkel om jou (de rechter) niet tegen de haren in te strijken, ‘gewoon voor de vorm’, moet je actief toetsen wat zij nodig hebben voor een zinvol gesprek op de gang en of ze dat inmiddels in handen hebben.
Koorddansen tussen partijen in beweging brengen en schikkingsdwang voorkomen. Je mag als rechter best partijen een ‘duwtje in de rug’ geven. Het momentum van de zitting is goud waard in termen van schikkingspotentieel, maar gepercipieerde schikkingsdwang ligt op de loer, juist ook vanwege de doorzettingsmacht die je als rechter hebt: als partijen er niet uitkomen, hak jij de knoop door.
In de praktijk lijken drie stijlen van rechters dominant: de sturende, de faciliterende en de lijdelijke (Marseille e.a. 2014). Het lijkt er ook op (de aantallen in empirisch onderzoek van Marseille e.a. zijn klein), dat de sturende stijl tot meer schikkingen leidt, maar op het gebied van procedurele (ervaren) rechtvaardigheid wat lager scoort dan de faciliterende en lijdelijke (Steenberghe 2018, p. 375). Enige sturing lijkt effectief te zijn, maar de vraag is hoever de rechter kan en mag gaan (Steenberghe 2018, p. 375).
Ik denk dat de sturing vooral gericht moet zijn op het partijen laten nadenken over (de voor- en nadelen van) een schikking en het exploreren van de mogelijkheden, omdat veel procespartijen bij aanvang van de mondelinge behandeling niet bezig zijn met schikken. Velen willen horen dat zij gelijk hebben. De keuze om al dan niet te schikken en de voorwaarden waaronder ligt bij partijen (partij autonomie).
Je toetst of de uitkomst van de zitting aansluit bij de wensen en verwachtingen van partijen en in hoeverre die bijdraagt aan een effectieve oplossing van het (onderliggend) conflict. Het ultieme doel is namelijk wat mij betreft niet per sé een schikking, maar een duurzame en effectieve oplossing voor het probleem van partijen. Die kan ook een vonnis zijn.
Het rechtvaardige schikkingsgesprek draait niet om het bereiken van een schikking op zichzelf, maar om het vinden van een passende uitkomst. Dat kan een schikking zijn, maar net zo goed een vonnis of een verwijzing naar mediation.
Door bewust aandacht te besteden aan de vijf ingrediënten ontstaat ruimte voor oplossingen die door partijen als rechtvaardig en betekenisvol worden ervaren. Zo draagt het schikkingsgesprek bij aan duurzame conflictoplossing.
Lieverse 2022
L. Lieverse, De gang op gestuurd. Een kwalitatief empirisch onderzoek naar het proces van schikken tijdens vermogensrechtelijke procedures in Nederland (diss. Universiteit Utrecht), 2022.
Marseille e.a. 2014
A.T. Marseille e.a., Korte en effectieve kantoncomparities? Uitdaging voor reflexieve rechters (Research Memorandua 2014, nr. 5), Den Haag: SDU Uitgevers/Raad voor de Rechtspraak 2014.
Steenberghe 2019
H. Stenberghe, ‘De mondelinge behandeling en de schikking’, in: D. de Groot & H. Steenberge (red.), De mondelinge behandeling in civiele zaken, Den Haag: Boom Juridisch 2019, p. 363-472.