Inleiding
Er is een kentering gaande in het juridisch bestel met de ‘katalysatorbelofte’ van de Rechtspraak dat rechtspraak maatschappelijk effectief behoort te zijn. Het gaat in civielrechtelijke procedures niet (meer) alleen om het doorhakken van juridische knopen. Van rechters wordt verwacht dat zij ‘achter het geschil’ kijken en samen met partijen zoeken naar daadwerkelijk effectieve oplossingen voor juridische problemen. Conflictoplossing en geschilbeslechting gaan (steeds meer) hand in hand. Lees daarover dit artikel.
Dat stelt eisen aan rechters, advocaten en procespartijen. Er is weliswaar kritiek op het idee dat je in de beperkte tijd en context van een zitting (gericht op geschilbeslechting) conflicten (laat staan effectief en duurzaam) kunt oplossen en rechters zijn er niet echt voor opgeleid, maar veel rechters en advocaten willen partijen daadwerkelijk verder helpen.
Dat kan met meer kennis, inzicht en oefening in conflictkunde.
Conflicten
Juristen houden zich bezig met conflicten en geschillen. Hoewel ze op elkaar lijken, zijn er belangrijke verschillen tussen beide begrippen en voor een jurist is het belangrijk om ze te onderscheiden.
De Dreu definieert een conflict als:
“Een individu of een groep ervaart dat een ander individu of groep iets doet of (na)laat of zal gaan doen of (na)laten, dat negatieve gevolgen heeft voor de eigen belangen, opvattingen of normen en waarden.” [i]
Nog eenvoudiger: Er is sprake van een conflict tussen twee (of meer) partijen indien ten minste één van beiden het gevoel heeft dat de ander hem of haar frustreert of ergert.
Hoewel veel mensen een negatieve connotatie hebben bij de term conflict, is de definitie van De Dreu neutraal. Een conflict is op zichzelf niet positief of negatief. Het is een beleving. Een conflict kan volgens Prein zelfs positieve gevolgen hebben, omdat conflicten beschouwd kunnen worden als:
“een bron van verandering doordat het de vindingrijkheid en creativiteit van de betrokkenen stimuleert, een appel doet op het actief benutten van ieders mogelijkheden, bewust maakt van de problemen die er zijn en motiveert er oplossingen voor te vinden. Een conflict kan ook gezien worden als een middel om de eigen identiteit uit te testen en te bevestigen.” [ii]
Kenmerkend voor een conflict is dat er interactie is tussen partijen die van elkaar afhankelijk zijn. Je hebt de ander nodig om eigen doelen te verwezenlijken. Zonder afhankelijkheid geen conflict.
Partijen reageren op elkaar en die interactie heeft invloed op de ontwikkeling van het conflict. Ze kunnen escaleren of de-escaleren. Conflicten zijn daardoor dynamisch.
Wil je een conflict oplossen, dan is het maken van een conflictanalyse verstandig.
Conflictanalyse
Bij een conflictanalyse bekijk je de gehele context. Je kijkt naar:
- De bron van het conflict (waar gaat het over).[iii]
- De verschillende belangen van betrokken mensen. Sommige belangen zijn gemeenschappelijk (beide partijen willen er bijvoorbeeld zonder procedure uitkomen); andere verenigbaar (ik wil een grotere auto, mijn echtgenote een veiliger); en weer andere tegenstijdig of conflicterend (ik wil een nieuwe auto, mijn echtgenote een verbouwing, we hebben slechts middelen voor een van twee). Lees hier hoe je (onderliggende) belangen kunt achterhalen.
- Hoe partijen met elkaar omgaan. Conflicten kunnen ontstaan zonder duidelijke (conflict)bron of escaleren door hoe partijen met elkaar omgaan. Dat kan komen door botsende conflictstijlen, maar bijvoorbeeld ook door een gebrek aan communicatievaardigheden, verschil in cultuur en dergelijke.
- Andere betrokkenen en de omgeving waarbinnen het conflict speelt. Hebben derden invloed op het conflict? Denk aan de partner van de werknemer in een arbeidsconflict; schuldeisers; buurtbewoners bij een burengeschil. Welke invloed (macht) hebben zij op het conflict? Zijn er andere factoren die van invloed zijn op (het verloop van) het conflict? Denk aan tijdsdruk, media-aandacht, gezondheid.
- Bij alle conflicten spelen conflicthanteringsmechanismen. Het kunnen ongeschreven gedragsregels zijn die voorschrijven hoe mensen met elkaar omgaan (je laat de ander uitpraten; slaat er niet op los), maar ook juridische (mishandeling is strafbaar; kom je er samen niet uit dan kun je een vordering instellen bij de rechter).
Conflictoplossing versus geschilbeslechting[iv]
Je kunt proberen met recht een conflict op te lossen. Dan is er sprake van een geschil.[v] Het conflict wordt daarbij vertaald naar (juridische) rechten en aanspraken en daartegenover staande weren.
Conflict
Een conflict is:
- Neutraal
- Een sychologische toestand (ervaring)
- Afhankelijkheid
- Interactie
- Dynamisch
Geschil
Een geschil is:
- Reactie op een conflict
- Eén van de oplossingsstrategieën
Juridische geschilbeslechting is een van de strategieën om conflicten op te lossen. Je kunt ook op andere manieren met conflicten omgaan: Niets doen. Onderhandelen. Dreigen. Vechten. Toegeven.
De vertaling in rechten en weren levert mogelijkheden op voor conflictoplossing: je kunt erover procederen en je kunt de uitspraak afdwingen. De vertaling in rechten en plichten heeft ook beperkingen. Barendrecht & Chabot beschrijven hoe het systeem, door hen toernooimodel genoemd, partijen tegenover elkaar zet:
“Een jurist zoekt een regel die is geschonden en bepaalt een strategie om de rechter van de fout te overtuigen. Er komen klachten, claims en beschuldigingen. (…) De beschuldigde partij kan zich verdedigen en fouten ontkennen. Bovendien mag de gedaagde zich proberen te onttrekken aan de procedure. (…) De vele juridische varianten van iemand van het kastje naar de muur sturen zijn gekmakend en kunnen jaren duren.” [vi]
Bij het vertalen van een onderliggend belang of conflict naar een rechtspositie (de vertaling in rechten en plichten) gaat regelmatig wat mis. De vertaling is onvolmaakt. Soms bestrijkt een geschil het volledige conflict. Het conflict is dan gelijk aan het geschil. Vaak is dat niet het geval.
Conflicten kunnen soms bijvoorbeeld niet goed vertaald worden in juridische aanspraken. Conflicten kunnen namelijk op van alles betrekking hebben, terwijl juridische aanspraken meestal (slechts) gaan om financiële genoegdoening/(schade)vergoeding of een ge- of verbod.
Voorbeelden
Voorbeeld 1:
Een voormalig bestuurder van een rechtspersoon eist na beëindiging van het dienstverband betaling van niet-genoten vakantiedagen (geschil). De procedure is daartoe beperkt. Het onderliggende conflict heeft evenwel geen betrekking op niet-genoten vakantiedagen, maar op onvrede van de voormalig bestuurder met de door het nieuwe bestuur ingezette koers en de niet-nakoming van de (niet of moeilijk bewijsbare) overeenkomst waarbij de oud-bestuurder na het einde van het dienstverband door de rechtspersoon opdrachten zouden worden verstrekt. De oud-bestuurder voelt zich bekocht. De vordering tot betaling van niet-genoten vakantiedagen heeft hij ingesteld om enige genoegdoening te voelen.
Voorbeeld 2:
De gewezen echtelieden A en B hebben een geschil over de nakoming van een omgangsregeling. A weigert de omgangsregeling na te komen omdat zij vindt dat B een slechte invloed op de kinderen heeft. B vindt gijzeling van A te ver gaan en besluit alimentatiebetalingen op te schorten. A stelt zich op het standpunt dat dat niet kan, omdat de alimentatieverplichting los staat van de omgangsregeling. A vordert in rechte nakoming van de alimentatieverplichting. Het geschil is (juridisch) beperkt tot de alimentatieverplichting, terwijl het conflict voortspruit uit het niet nakomen van de omgangsregeling.
Voorbeeld 3:
Partij A raakt gewond bij een ongeval en lijdt schade. Hij houdt daarvoor partij B aansprakelijk, die ontkent aansprakelijk te zijn, maar stelt voorts (subsidiair) dat partij A eigen schuld heeft aan het ongeval, zodat (een deel van) de schade voor zijn eigen rekening moet blijven, en betwist (secundair) de hoogte van de gestelde schade. Partijen voorzien, gelet op de diverse rechtsvragen en de bewijsbaarheid van hun stellingen, een kostbare en langdurige procedure indien zij hun conflict volledig aan de rechter zouden voorleggen. Zij besluiten enkel de vraag aan de rechter voor te leggen of partij B onrechtmatig heeft gehandeld jegens partij A, om op basis van de uitkomst van de procedure met elkaar in overleg te treden over de afwikkeling.
Het geschil kan daarnaast bijvoorbeeld om praktische en/of juridische redenen beperkt zijn tot een deel van het conflict. Partijen kunnen ook afspreken om (slechts) een deel van het conflict aan de rechter voor te leggen.
Voorbeeld
Partij A raakt gewond bij een ongeval en lijdt schade. Hij houdt daarvoor partij B aansprakelijk, die ontkent aansprakelijk te zijn, maar stelt voorts (subsidiair) dat partij A eigen schuld heeft aan het ongeval, zodat (een deel van) de schade voor zijn eigen rekening moet blijven, en betwist (secundair) de hoogte van de gestelde schade. Partijen voorzien, gelet op de diverse rechtsvragen en de bewijsbaarheid van hun stellingen, een kostbare en langdurige procedure indien zij hun conflict volledig aan de rechter zouden voorleggen. Zij besluiten enkel de vraag aan de rechter voor te leggen of partij B onrechtmatig heeft gehandeld jegens partij A, om op basis van de uitkomst van de procedure met elkaar in overleg te treden over de afwikkeling.
Juridische vorderingen en interventies kunnen tenslotte ook ingezet worden als pressiemiddel om in het conflict iets (anders) te bewerkstelligen, denk aan faillissementsverzoeken en dergelijke om je zin door te drukken.
Kortom, er is een verschil tussen conflicten[vii] en geschillen en bijgevolg tussen conflictoplossing en geschilbeslechting.
Conflicten hebben de neiging te escaleren
Conflicten zijn dynamisch. Doordat conflictpartijen op elkaar reageren, verandert de mate van escalatie continu. Om dat te begrijpen is het inzicht relevant dat gedrag altijd ambigu is. Het gedrag is waarneembaar, maar de intenties achter dat gedrag niet. Zelfs stilzwijgen is ambigu. Het gedrag kan op verschillende manieren worden ervaren en geïnterpreteerd.
Probleem is dat we zelden vragen hoe we gedrag dat we observeren moeten interpreteren. We doen dat vaak onbewust. Daarbij is de neiging om te kiezen voor een uitleg die aansluit bij ons gemoed (emotiecongruente uitleg) [viii] en bij wat we al denken. Bij het selecteren en verwerken van (nieuwe) informatie zoeken mensen (onbewust) bewijs dat hun al bestaande meningen of overtuigingen bevestigt (confirmation bias, ook wel bevestigingsbias of bevestigings-vooroordeel). Informatie die daartegenin druist, wordt (onbewust) genegeerd.[ix] Vooral informatie die in overeenstemming is met datgene dat we denken wordt gehoord. Falsifiërende informatie wordt daarmee in overeenstemming gebracht.
Gedrag roept emoties op en die leiden tot lichamelijke reacties (stijging of daling bloeddruk, hartslag en dergelijke):[x]
Verbeke en Vervaeke:[xi]
‘Mensen hebben behoefte aan emotiecongruente informatie (bias): men hoort vooral datgene wat de eigen emoties en gevoelens op dat moment bevestigt. Ben je kwaad, dan zal je vooral de dingen horen die je kwaad maken, die je boosheid bevestigen.’
Soms kun je moeilijk om bewijs heen. In plaats van onze denkbeelden aan te passen, hebben we nog een strategie. We ‘verzinnen’ een verklaring voor informatie die ingaat tegen al bestaande denkbeelden, zodat die weer in overeenstemming wordt gebracht met onze initiële mening/overtuiging (afkeur van cognitieve dissonantie).
Dan is er nog een psychologisch fenomeen dat eenvoudig bijdraagt aan escalatie: de fundamentele attributiefout: mensen hebben over het algemeen de neiging om eigen negatief gedrag toe te schrijven aan situationele factoren (omstandigheden waar je niets aan kan doen), en dat van anderen aan hun persoonlijkheid of karakter.
Een voorbeeld
Marjolein en Pim werken samen in aan opdracht. Pim doet altijd erg zijn best om op tijd te zijn, maar hij komt met openbaar vervoer en er hoeft maar iets mis te gaan, of hij mist zijn trein. Dat gebeurt helaas af en toe, maar daar kan hij niets aan doen, vindt hij. Ja, hij zou een uur eerder kunnen opstaan… Marjolein komt ook regelmatig te laat, maar zij komt met de auto. En dat is vervelend want dan heeft Pim enorm zijn best gedaan om er op tijd te zijn, en dan komt zij rustig een kwartier tot een half uur later. Ze hebben hun ergernissen kortgeleden uitgesproken. Pim was eergisteren te laat. Hij was echt op tijd vertrokken, maar de bus had vertraging en daardoor miste hij zijn trein. Vanochtend was Marjolein te laat. Een vos verliest zijn haren, maar niet zijn streken…, denkt Pim.
We vergeten vragen te stellen en gaan onbewust uit van veronderstellingen. Voor je het weet vliegen de verwijten over en weer.
Trap van Glasl
Glasl ontwierp een model dat de mate van escalatie in conflicten beschrijft. Het model bestaat uit een trap met negen treden.
Elke trede staat voor verdere escalatie. Je kunt de negen treden verdelen in drie belangrijke escalatiefasen. In fase 1 (trede 1-3) is het conflict goed beheersbaar. Partijen zijn in staat om samen tot een (win-win) oplossing te komen. In fase 2 (trede 4-6) verhardt de communicatie. Partijen zien het conflict als een strijd en samenwerken wordt lastiger. Doordat ze elkaar als tegenstander zien, worden in deze fase win-lose-oplossingen gevonden. In fase 3 (trede 7-9) wordt het conflict destructief, partijen zien het conflict als oorlog en zijn bereid zichzelf schade te berokkenen, als de ander maar tenminste net zoveel pijn lijdt (lose-lose). Hoe verder een conflict escaleert, hoe lasteriger het wordt om het zonder (externe) hulp op te lossen.
Het model is relevant omdat inzicht in de mate van escalatie helpt bij het vinden van de juiste interventie. Het voorstellen van mediation aan twee partijen die op voet van oorlog met elkaar leven, zal weinig kansrijk zijn. Als je denkt dat partijen daadwerkelijk beter af zijn met mediation dan met een procedure, moet je dus zorgen dat partijen op een andere trede op de ladder komen. Eerst zijn de-escalerende interventies nodig, voordat dit voorstel echt kans van slagen heeft.
Conclusie
Conflicten zijn subjectieve, dynamische processen die zich afspelen in interactie tussen van elkaar afhankelijke partijen. Geschillen vormen daarvan slechts een juridische vertaling. Die vertaling maakt afdwingbaarheid mogelijk, maar reduceert vaak de complexiteit van het onderliggende conflict. Dat kan de verhoudingen tussen partijen verder verharden.
Inzicht in conflictdynamiek laat zien waarom (juridische) interventies soms bijdragen aan oplossing en soms juist aan escalatie. Het escalatiemodel van Glasl maakt duidelijk dat niet elke interventie op elk moment passend is en dat timing en context bepalend zijn voor succes.
Wil rechtspraak daadwerkelijk maatschappelijk effectief zijn, dan vergt dat van juridische professionals niet alleen kennis van het recht, maar ook begrip van conflictkunde.
Literatuur
[i] C.K.W. de Dreu, Bang voor het conflict? De psychologie van conflicten in organisaties, Assen: Koninklijke van Gorcum 2008, p. 8.
[ii] H. Prein, ‘Conflicten’, in: A. Brenninkmeijer e.a. (red.), Handboek mediation, Den Haag: SDU 2017, p. 95-130, p. 97.
[iii] Verbeke, A-L & Vervaeke, G, Constructief omgaan met conflicten en geschillen. Een inleiding in probleemoplossend onderhandelen en bemiddelen, Antwerpen: Boom Juridisch 2022. Er zijn verschillende soorten conflicten; zie bijv. Prein 2017 (zie hiervoor), pp. 95 – 130. Bij juridische conflicten gaat het meestal om belangenconflicten en machtsconflicten. Belangenconflicten gaan over de verdeling van schaarse goederen, zoals de verdeling van tijd, geld, grondstoffen en dergelijke. Machtsconflicten gaan over de vraag wie bepaalde beslissingen kan en mag nemen. Andere soorten conflicten zijn bijvoorbeeld: loyaliteitsconflicten, instrumentele conflicten (die gaan over de doelen en verdeling van middelen binnen organisaties), rolconflicten (een mentor die bijvoorbeeld een vertrouwensband wil opbouwen met een leerling, maar ook verzuim moet melden bij de leerplichtambtenaar). Waardenconflicten richten zich op kwesties van schuld en onschuld, goed of kwaad. Ze worden ook wel morele conflicten genoemd en zijn lastig op te lossen; zie bijv. Prein 2017, p. 102.
[iv] Uit: L. Lieverse, De gang op gestuurd. Een kwalitatief empirisch onderzoek naar het proces van schikken op de gang tijdens vermogensrechtelijke procedures in Nederland, Utrecht 2022 (diss.), p. 31 ev.
[v] Zie ook Lieverse 2022, p. 30 ev. Er is in literatuur overigens geen eenduidigheid over de definitie van conflicten en geschillen. R. J. Verschoof & W.M. Van Rossum (Geschikt of niet geschikt? Schikkingsgedrag van de civiele rechter en de invloed daarvan op partijen, Den Haag: Boom Juridisch 2018) hanteren bijvoorbeeld in hun onderzoek de volgende definitie (p. 31): “Als een conflict voor de rechter wordt gebracht, is het in juridische vorm gegoten: de casus, de juridische interpretatie daarvan en de eis die daarop is gebaseerd. Het op deze manier vormgegeven en aan de rechter voorgelegde conflict wordt in dit onderzoek ‘het geschil’ genoemd. Kijken we breder naar wat niet aan de rechter in die rechtszaak is voorgelegd, dan noemen wij dat ‘het conflict’. Het gaat om iets onderliggends of achterliggends, waarover geen vonnis hoeft te worden uitgesproken of waarover een vonnis niet kan worden uitgesproken en dat buiten beeld blijft als de rechter zich alleen richt op het te beslissen geschil. Er is niet altijd sprake van een conflict achter een geschil.” Wanneer wordt uitgegaan van de definitie van De Dreu is er sprake van een conflict wanneer – vrij vertaald – partijen ervaren dat hun beider belangen niet direct te verenigen zijn. Er is daarbij altijd sprake van een conflict wanneer partijen besluiten te procederen. Een conflict gaat dan over wat partijen in essentie verdeeld houdt.
[vi] M. Barendrecht & M. Chabot, Het papieren paleis. De noodzaak van menselijker recht, Amsterdam: Uitgeverij Balans 2020. , hoofdstuk 4; zie ook M. Barendrecht, ‘De best mogelijke rechtspraak’, Justitiële verkenningen 2019 (afl. 1), p. 97-114, p. 100.
[vii] Conflicttheorie onderscheidt overigens verschillende conflicten. (Vgl. Prein 2017, p. 104 t/m 105: Er zijn zakelijke of taakinhoudelijke conflicten, die gaan over niet-persoonlijke, materiële en structurele aspecten. Zakelijke conflicten kunnen weer worden onderscheiden in instrumentele conflicten (meningsverschillen over prioriteiten, doelstellingen, middelen), belangenconflicten (over verdeling van schaarse goederen) en machtsconflicten. Er zijn belangenconflicten over de verdeling van schaarse goederen en waardenconflicten over principes die de identiteit van partijen raken. Er zijn sociaal-emotionele conflicten die gaan over de wijze waarop betrokkenen met elkaar omgaan en die voortkomen uit de manier waarop partijen de situatie waarnemen en beleven. Deze conflicten kunnen worden onderscheiden in relationele en waardenconflicten. Waardenconflicten (morele conflicten) zijn moeilijk op te lossen, als dat al mogelijk is. Relationele conflicten worden veroorzaakt door sterke emoties, mispercepties en stereotyperingen).
[viii] Verbeke, A-L & Vervaeke, G, Constructief omgaan met conflicten en geschillen. Een inleiding in probleemoplossend onderhandelen en bemiddelen, Antwerpen: Boom Juridisch, 2022, p. 40.
[ix] L. Babcock & G. Loewenstein, ‘Explaining bargaining impasse: the role of self-serving biases’, Journal of Economic perspectives 1997, p. 109-126. , p. 2.
[x] Verbeke, A-L & Vervaeke, G, Constructief omgaan met conflicten en geschillen. Een inleiding in probleemoplossend onderhandelen en bemiddelen, Antwerpen: Boom Juridisch, 2022, p. 49.
[xi] Verbeke, A-L & Vervaeke, G, Constructief omgaan met conflicten en geschillen. Een inleiding in probleemoplossend onderhandelen en bemiddelen, Antwerpen: Boom Juridisch, 2022, p. 40.