Functies van (Maatschappelijk Effectieve) Rechtspraak

Klassieke functies van rechtspraak en maatschappelijk effectieve rechtspraak. Illustratie van rechter en griffier

Inleiding

In deze blog bespreek ik de klassieke functies van rechtspraak en hoe Maatschappelijk Effectieve Rechtspraak (MER) zich daartoe verhoudt. 

Klassieke functies van rechtspraak

Juridische problemen komen veel voor. Mensen hebben verschillende mogelijkheden om die op te lossen, hoewel ze ook regelmatig niets doen.[1]

Rechtspraak wordt daarbij gezien als ultimum remedium. Pas als het mensen niet lukt hun probleem zelf op te lossen en het recht moet worden afgedwongen, komt de rechter in beeld.[2] In slechts een klein deel van de civielrechtelijke problemen beginnen mensen in Nederland een procedure.[3]

Toch kan de relevantie van rechtspraak niet worden overschat. Sterker, rechtspraak is essentieel bij het oplossen van dagelijkse juridische problemen.

De klassieke functies van rechtspraak zijn:

  • De rechtsverschaffingsfunctie, die ziet op handhaving van het objectieve recht en op de beïnvloeding en handhaving van subjectieve rechten. Het gaat om (a) de vaststelling, (b) de totstandbrenging, (c) de wijziging, (d) de beëindiging en/of (e) de effectuering van materiële rechten en verplichtingen. Anders gezegd, je kunt krijgen waar je recht op hebt.
  • De bedreigingsfunctie, die werkt als ‘stok achter de deur’ om schuldenaren te bewegen na te komen. Komt de schuldenaar niet na, dan kan de schuldeiser hem immers laten veroordelen tot nakoming (de rechtsverschaffingsfunctie).  
  • De politionele functie, die beschermt tegen eigenrichting. Adequate mogelijkheden om je recht te krijgen leiden, zo is de gedachte, tot een kleinere neiging het recht in eigen hand te nemen.  
  • De rechtsontwikkelingsfunctie, die meebrengt dat op grond van de voorgelegde casus rechtsregels kunnen worden bevestigd, geïntroduceerd of geherformuleerd die (ook) relevant zijn voor soortgelijke gevallen. Maatschappelijke opvattingen veranderen en rechtspraak reflecteert die maatschappelijke opvattingen. 
  • De rechtseenheidsfunctie, die ervoor zorgt dat gelijke gevallen, gelijk behandeld worden (art. 1 Gw), maar ook bijdraagt aan rechtszekerheid doordat rechterlijke uitspraken (tot op zekere hoogte) consistent zijn.  

Heb je een juridisch probleem, dan kun je je recht krijgen, desnoods met behulp van politie en justitie. Dat werkt als een stok achter de deur en voorkomt eigenrichting. Als de mogelijkheden om je recht te krijgen doelmatig zijn, is er vanzelfsprekend een kleinere neiging het recht in eigen hand te nemen. Hebben partijen een probleem en weten ze hoe de rechter in soortgelijke gevallen beslist, dan geeft dat bovendien richting aan de oplossing in hun casus.

Schaduwwerking

Een toegankelijke en voorspelbare rechtsgang is daarvoor essentieel.[4] Het goed kunnen inschatten wat in een procedure wordt toegekend (rechtseenheidsfunctie), leidt tot rechtszekerheid. Zo worden partijen geholpen zelf buiten rechte tot regelingen te komen en daarmee kunnen dure en belastende procedures worden voorkomen[5].

De klassieke functies van rechtspraak ondersteunen kortom een goede schaduwwerking en het vinden van minnelijke oplossingen zonder dat daarvoor (in die gevallen) rechtspraak nodig is.

Dat is heel belangrijk, maar er is de laatste jaren ook stevige kritiek.

Maatschappelijk Effectieve Rechtspraak (MER)

De kritiek op rechtspraak ziet vooral op de gebrekkige toegankelijkheid en effectiviteit:[6] Procedures duren te lang, zijn te kostbaar,[7] en sluiten niet goed aan bij de behoeften van partijen.[8]

Hoewel procedures ‘therapeutische voordelen’ kunnen hebben,[9] kunnen ze ook schadelijk zijn voor procesdeelnemers.[10] Het is (daarom) niet verrassend dat mensen relatief vaak zeggen van een procedure af te willen vanwege de behoefte aan rust en het door willen met ‘mijn’ leven.[11] Vaker dan bijvoorbeeld het besparen van oplopende proceskosten, dat er onderhandelingsruimte is voor een redelijke oplossing en het invloed kunnen hebben op de uitkomst.[12] Procederen is geen lolletje. En dan is er de vraag wat een vonnis na zo’n lange en dure procedure daadwerkelijk voor procespartijen oplost.

In het rapport Rechtspraak die ertoe doet reflecteerden rechters op de rechtspraak anno 2016.De toenmalige voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak mr. F.C. Bakker schreef in het voorwoord:

‘Rechtspraak grijpt diep in het leven van mensen in. (…) Rechters moeten zich niet uitsluitend laten leiden door juridische aspecten; waar nodig moeten zij ook aandacht hebben voor onderliggende conflicten en belangen. Dat betekent maatwerk leveren, regie voeren, de mogelijkheden voor schikkingen onderzoeken, maar ook knopen doorhakken.’ [13]

Daarom zet rechtspraak sinds enige jaren in op Maatschappelijk Effectieve Rechtspraak (MER):

‘Goede rechtspraak bestaat niet alleen uit juridische knopen doorhakken. Goede rechtspraak is ook, waar dat kan en gepast is, proberen de problemen van de mensen in de samenleving écht op te lossen. Nu zitten soms wetten en regels in de weg en lopen mensen tegen juridische muren op.’[14]

MER is kortom ontstaan uit de gedachte dat een juridische uitspraak partijen niet altijd verder brengt en legt meer nadruk op de consequenties, op de effecten van rechtspraak en minder op het formeel-juridische kader.[15] MER komt sinds 2016 stelselmatig voor in de visie, missie en beleidsstukken van de Raad voor de Rechtspraak, staat op de politieke agenda[16] en heeft de aandacht van de wetenschap.[17]

Conflictoplossing een nieuwe functie?

Inmiddels is de vraag opportuun of conflictoplossing een (nieuwe) functie van rechtspraak is. Lees daarover deze blog.

 

Literatuur

[1] Volgens het meest recente geschilbeslechtingsdelta-onderzoek had 57 % van de respondenten (burgers) in de periode 2015-2019 te maken met een of meer (gemiddeld 3,3) potentiële juridische problemen; (M.J. ter Voert & M.S. Hoekstra, Geschilbeslechtingsdelta 2019. Over verloop en afloop van (potentieel) juridische problemen van burgers (Cahier 2020-18), Den Haag: WODC 2020, p. 63). In de periode najaar 2017-najaar 2018 had 35% van de bedrijven met minder dan 10  werknemers te maken met juridische conflicten (T. Geurts & M.J. ter Voert, Geschillen in het MKB, Over het verloop van conflicten bij bedrijven tot tien werkzame personen (Cahier 2019-11), Den Haag: WODC, p. 28).

[2] E. Bauw & J. Roos, ‘De rechter in civiele handelszaken in het domein van conflictoplossing: een nulmeting’, in: Dubelaar e.a., Conflictoplossing: het domein van rechters? Een vergelijkende studie naar rechterlijke en alternatieve conflictoplossing in verschillende rechtsgebieden, Deventer: Wolters Kluwer 2021, p. 99-126, p. 101.

[3] Burgers in slechts 3 % volgens het meest actuele geschilbeslechtingsdelta-onderzoek. Geschat wordt dat maar een tot vijf procent van de personenschadezaken aan de rechter wordt voorgelegd, maar dat dit wel de langlopende letselschadezaken lijken te zijn; zie R. Rijnhout, ‘De positie van de rechter bij conflictoplossing in personenschadezaken die via het aansprakelijkheidsrecht worden afgewikkeld’, in: Dubelaar e.a., Conflictoplossing: het domein van rechters? Een vergelijkende studie naar rechterlijke en alternatieve conflictoplossing in verschillende rechtsgebieden, Deventer: Wolters Kluwer 2021, p.63-98, p. 64. Ook in het arbeidsrecht wordt maar een beperkt deel van de zaken aan de rechter voorgelegd; zie Van der Kraats & Kruit 2021, p. 199.

[4] L. Lieverse, ‘Het kussen van de rechtspleging moet worden opgeklopt’, de Volkskrant 17 september 2020.  

[5] Hoe dat moet is onderwerp van preventive law onderzoek; zie: H.J.L.M. van de Luijtgaarden, Preventive law. Aanzet tot normatieve professionalisering in de opleiding van juristen, Soesterberg: Uitgeverij Aspekt 2017.

[6] J. van Mourik, Over bemiddelen en beslissen: het pleit beslecht. De bemiddelende rol van de civiele rechter in een efficiënte, effectieve en rechtvaardige procedure (masterscriptie Universiteit Utrecht), 2019, p. 29.

[7] R. de Bock, De toekomst van de civiele rechtspraakEen pleidooi om de rechter niet te ontlasten. Zutphen: Uitgeverij Paris 2017, p. 19.

[8] De vraag is wat mensen nodig hebben en wie dat bepaalt.

[9] T.G. Gutheil e.a., ‘Preventing critogenic harms: minimizing emotinoal injury form civil litigation’, Journal of Psychiatry and Law 2000 (5), p. 6: ‘Such benefits might include empowerment and the sense of being heard; relief from traumatic helplessness by bearing witness; making someone aware of having wronged or injured you; satisfaction at overcoming another’s denial; and calling attention to a social or civil problem in need of remedy. Such potential benefits may be explicitly sought and even be cited as inducements to litigate by attorneys, friends, relatives and the media. The present discussion aims at reducing the harms and fostering the benefits.’ De geschilbeslechtingsdelta 2019 meldt bijvoorbeeld als positief effect het gevoel te zijn opgekomen voor de eigen rechten (Ter Voert & Hoekstra 2020, p. 143).

[10] M.E. Tumelty, ‘Exploring the emotional burdens and impact of medical negligence litigation on plaintiff and medical practitioner: insights from Ireland’, Legal Studies 2021, p. 634) verwijst o.a. naar Gutheil 2000 (T.G. Gutheil e.a., ‘Preventing critogenic harms: minimizing emotinoal injury form civil litigation’, Journal of Psychiatry and Law 2000 (5)
die de term critogenesismuntte, welke term ziet op de ‘intrinsic and often inescapable harms caused by the litigation process itself, even when the process is working exactly as it should’. Volgens deze auteurs kan gezondheidsschade het gevolg zijn van vertraging, tegenspraak, herhaalde traumatisering, schending van grenzen, verlies van privacy, en uitgestelde genezing. Respondenten in het Nederlands geschilbeslechtingsdelta-onderzoek noemen stress (32 %), slaapproblemen (17 %) en gezondheidsproblemen (15 %) als neveneffect van juridische conflicten (M.J. ter Voert & M.S. Hoekstra, Geschilbeslechtingsdelta 2019. Over verloop en afloop van (potentieel) juridische problemen van burgers (Cahier 2020-18), Den Haag: WODC 2020, p. 143). Zie ook: J. M. Barendrecht,  K. Van Beek & S. Muller, Menselijk en rechtvaardig: Is de rechtsstaat er voor de burger?,  Den Haag:  HiiL 2017, p. 2 en 14. Kritisch over dit rapport zijn L. Hulst & K. van den Bos, ‘Is de Nederlandse rechtsstaat echt doof, blind, vastgeroest, onmenselijk en onrechtvaardig?: Weloverwogen, en niet overhaast, op weg naar responsievere rechtspleging’, Nederlands Juristenblad2017, p. 1885 – 1889 en J. Vranken & M. Snel, De civiele rechter in Nederland op de schopstoel, Nederlands Juristenblad 2019, p. 687 ev..

[11] R. J. Verschoof & W.M. Van Rossum, Geschikt of niet geschikt? Schikkingsgedrag van de civiele rechter en de invloed daarvan op partijen, Den Haag: Boom Juridisch 2018 p. 102.

[12] R. J. Verschoof & W.M. Van Rossum, Geschikt of niet geschikt? Schikkingsgedrag van de civiele rechter en de invloed daarvan op partijen, Den Haag: Boom Juridisch 2018, p. 102.

[13] https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/rechtspraak-die-ertoe-doet.pdf

[14] Innovatie binnen de rechtspraak | rechtspraak (geraadpleegd 11 december 2025).

[15] S. Verberk, ‘Maatschappelijk Effectieve Rechtspraak: Probleemoplossing door de rechter?’, in A. Akkermans, D. de Groot & B. Marseille, Het probleemoplossend vermogen van het rechtssysteem: Inleidingen op de Lustrumconferentie van het Netherlands Institute for Law & Governance, Amsterdam, november 2019, Den Haag: Boom juridische uitgevers 2020, p. 33. Verberk spreekt overigens van juridische oplossing in plaats van uitspraak.

[16] Zo is MER opgenomen in het regeerakkoord van Rutte III, terwijl de politieke steun volgt uit de wet van 24 juni 2020, houdende regels inzake invoering van een tijdelijke mogelijkheid voor experimenten in de rechtspleging (Tijdelijke Experimentenwet rechtspleging).

[17] Er is zelfs een bijzondere leerstoel MER aan de Universiteit Leiden, bezet door Rogier Hartendorp.

[18] Zie onder meer Akkermans, ‘Het geheel is meer dan de som der delen’, in: A. Akkermans, D. de Groot & B. Marseille, Het probleemoplossend vermogen van het rechtssysteem: Inleidingen op de Lustrumconferentie van het Netherlands Institute for Law & Governance Amsterdam november 2019, Den Haag: Boom Juridische Uitgevers 2020., Verberk 2020 en Marseille 2020. S. Verberk, ‘Maatschappelijk Effectieve Rechtspraak: Probleemoplossing door de rechter?’, in A. Akkermans, D. de Groot & B. Marseille, Het probleemoplossend vermogen van het rechtssysteem: Inleidingen op de Lustrumconferentie van het Netherlands Institute for Law & Governance, Amsterdam, november 2019, Den Haag: Boom juridische uitgevers 2020.

[19] L. Lieverse, De gang op gestuurd. Een kwalitatief empirisch onderzoek naar het proces van schikken tijdens vermogensrechtelijke procedures in Nederland (diss. Universiteit Utrecht), 2022.

[20] M. Barendrecht & M. Chabot, Het papieren paleis. De noodzaak van menselijker recht, Amsterdam: Uitgeverij Balans 2020., hoofdstuk 4; zie ook M. Barendrecht, ‘De best mogelijke rechtspraak’, Justitiële verkenningen 2019 (afl. 1), p.100.

[21] J. van Mourik, Over bemiddelen en beslissen: het pleit beslecht. De bemiddelende rol van de civiele rechter in een efficiënte, effectieve en rechtvaardige procedure (masterscriptie Universiteit Utrecht), 2019, p. 25.

[22] Lieverse, supra noot 19, p. 36.

[23] M. Simon Thomas & E. Koster, ‘De rechter als bemiddelaar’, in: Dubelaar e.a., Conflictoplossing: het domein van rechters? Een vergelijkende studie naar rechterlijke en alternatieve conflictoplossing in verschillende rechtsgebieden, Deventer: Wolters Kluwer 2021, p. p. 32. Hartendorp wijst op het onderscheid tussen conflict- en probleemoplossing; R. Hartendorp, ‘Maatschappelijk effectieve rechtspraak: een synthese’, Recht der Werkelijkheid 2020 (41) 2, p. 61 ev. .

[24] Simon Thomas & Koster, supra noot 23, p. 16.